| In memoriam Feike Asma (1984) |
| Geschreven door Alex Bron | |
| Saturday 13 January 2007 | |
Krantenknipsel uit het Nederlands Dagblad. Auteur is C. Groen, en het verscheen op 19 december 1984.
In memoriam Feike AsmaIn de vroege ochtend van dinsdag 18 december 1984 ontvingen wij het bericht dat één van de grote meesters van het orgel, Feike Asma, op 72 jarige leeftijd is overleden. Een man, die met zijn orgelspel het hart van duizenden ontroerde en hen de liederen in het hart gaf. Talloze malen zal in onze gezinnen een grammofoonplaat van Feike Asma zijn opgezet en zullen de psalmen die hij speelde, zijn meegezongen. Feike Asma wist zijn diepste gevoelens in zijn spel te leggen. Een meester in de registratiekunst: hij kon het orgel laten klagen en jubelen. Maar altijd was hij zelf intens betrokken bij alles wat hij deed. Een concert was voor hem nooit een routine zaak. Alles werd terdege voorbereid. Voor elk concert ging hij opnieuw studeren en registraties zoeken, die karakteristiek waren voor het orgel dat hij moest bespelen. Feike Asma werd op 21 april 1912 te Den Helder geboren. Hij ontving zijn eerste lesssen van zijn vader, die daar organist was in de Geref. Kerk. Pas negen jaar oud speelde hij al in het openbaar de bekende Toccata en Fuga in d van Bach. We stonden eens samen te luisteren naar een jong knaapje dat omringd door bewonderaars, op zijn orgel speelde. „Ja", zei Feike, „ik ken dat", en z'n gedachten zullen teruggegaan zijn naar zijn jeugd. Van 1928 tot 1937 was Jan Zwart zijn grote voorbeeld en leermeester. Als 15 jarige jongen kreeg hij zijn eerste vaste aanstelling als organist. Hij volgde zijn vader op. Vervolgens was hij organist van de Hooglandse kerk te Leiden (1933-1943) en de Evang. Lutherse kerk in Den Haag (1943-1965), waar hij het beroemde Bätzorgel bespeelde. In 1965 ging hij naar het prachtige Garrelsorgel in de Grote kerk te Maassluis. DrukOntelbare concerten in binnenen buitenland gaven hem een druk bestaan. Maar in zijn werk diende hij, eenvoud, de mensen en de muziek, omdat, zoals hij zei, „dat de opdracht is die ik in mijn leven van God heb gekregen". Vriendelijk, belangstellend, oprecht, een kunstenaar van allure die zich niet te groot vond om met de eenvoudige amateur samen te spelen als hij daar de mensen een plezier mee kon doen. Een man, door velen geliefd, door velen geëerd. Hij ontving voor zijn grote verdiensten van de Académie Francaise de Paris de 'Arts Sciences-Letres' en in 1967 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. WensZijn intense wens om op de orgelbank te mogen sterven is niet vervuld. Hij moest de laatste maanden een zware weg gaan. Maar ik zal nooit vergeten dat we eens samen op de orgelbank zaten en hij me - nadat hij hiervan hersteld was - hoe een ziekte z'n gezichtsvermogen belemmerde. Hij kon de noten niet meer lezen. Hij vertelde hoe hij daar mee geworsteld had. Hij kon niet aanvaarden dat hij niet meer zou kunnen spelen, dat hij zijn opdracht niet meer kon vervullen. Tot hij zover kwam dat hij kon zeggen: „Ik weet aan Wien ik mij vertrouwe". Zijn vingers gingen naar de toetsen en hij speelde voor me. Twee kleine mensen die iets beseften van de Liefde van God, toen het orgel zong:
'Eens aan de avond van mijn leven, breng ik, van zorg en strijden moe Voor elke dag mij hier gegeven U hoger, reiner loflied toe'
C. Groen
Bron: Nederlandsch Dagblad, 19 december 1984 |
|
| Laatst geupdate op ( Sunday 29 July 2007 ) |